Lente frittata met groene asperges en gerookte zalm

Lente frittata met groene asperges en gerookte zalm

Na een korte maar hevige stortbui en hier en daar wat bliksem en gedonder heb ik gisteren toch tevreden de dag afgesloten met de gedachte dat het toch écht lente is. Dat kwam vooral omdat ik de dag in een bovengemiddeld warme kantooruimte had doorgebracht, en ook nog eens naast een groot raam (en voor een groot beeldscherm) zat, waardoor ik me er erg van bewust was dat het een prachtige dag was om buiten in de frisse lucht rond te huppelen. Het vaste rondje om het kantoorpand tijdens de lunchpauze voelde dan ook als een echt uitje: een kwartier met de jas open en je haren in de wind- olé!

Om het lentegevoel dan maar extra te benadrukken vandaag heb ik hier een waar lenterecept voor je: een dikke lente frittata met groene asperges en gerookte zalm. Deze frittata is licht, fris, maar zeker ook vullend en fijne kost voor doordeweeks. Ideaal voor wanneer je eigenlijk geen zin hebt om te koken, maar wel oren hebt naar een homemade meal om bij thuiskomst op je terras in de avondzon op te peuzelen (al dan niet met een extra dikke jas aan, maar goed). Een fijner snel diner bestaande uit een goed glas wijn, vers brood en een dikke frittata met mooie groene asperges, tuinerwten en goede gerookte zalm bestaat dan volgens mij niet. Indien je nog een andere maaltijdsuggestie hebt voor de doordeweekse lenteavond, mail me gerust.

Deze lente frittata heb ik in een kleine koekenpan gemaakt (18 cm doorsnee) zodat ie lekker dik wordt. Als je een plattere variant in een grotere koekenpan maakt zal de bereidingstijd iets korter zijn, dus houd je eiermaal goed in de gaten!

Ingrediënten voor een lente frittata voor 2

300 gram groene aspergers, grof gesneden en hou de tips intact

2 lenteuitjes, in ringetjes gesneden

100 gram gerookte zalm, in repen gescheurd

100 gram tuinerwten uit de diepvries

2 eetlepels dille, fijngehakt

5 eieren

rasp va een halve citroen

Zout en peper

Olijfolie

Brood om erbij te serveren

Extra: koekenpan die in de oven kan

To do:

Verwarm de oven voor op 190 graden.

Zet een (soep)pan op het vuur en vul met water. Breng aan de kook. Voeg de gesneden asperges toe en blancheer 1 minuut. Giet af en spoel af met koud water. Laat uitlekken, scheid de tips van de andere stukken en zet apart.

Zet de koekenpan op het vuur met een scheut olijfolie. Laat warm worden. Draai het vuur middelhoog en bak de lenteuijes kort totdat ze iets zachter zijn. Schep uit de pan. Zet de koekenpan terug op het vuur met een extra scheutje olijfolie en laat weer goed warm worden.

Kluts de eieren los in een grote kom. Voeg de asperges, behalve de tips, toe aan de eieren, evenals de helft van de tuinerwten, dille, lenteuitjes en gerookte zalm. Voeg een snuf zout en flink wat peper toe en roer goed door elkaar. Draai het vuur laag en giet het eier-groentemengsel in de pan. Laat 5 minuten rustig bakken.

Wanneer de frittata iets stevier is geworden voeg je de andere helft bosui, tuinerwten en zalm toe. Leg de aspergetips helemaal bovenop, maar druk ze wel een beetje aan. Zet de koekenpan in de oven en laat de lente frittata in 5-8 minuten gaar worden. Hij moet aan de bovenkant net droog zijn, maar mag van binnen nog een beetje vochtig aanvoelen (wat mij betreft). Rasp er wat citroenschil overheen en bestrooi met de andere helft dille.

Lente frittata met groene asperges en gerookte zalm
Lente frittata met groene asperges en gerookte zalm

Mocht je onverhoopt een stuk van deze frittata over hebben, dan kun je dat prima in de koelkast bewaren. De  volgende dag heb je een goede lunch to go.

Voor de oplettende lezer: ja ik weet dat dit officieel geen eenpansgerecht is, maar toch heeft deze frittata de tag gekregen. Het blancheren van de asperges in die andere pan valt te verwaarlozen toch?

Hummus met miso

Super treat: hummus met miso

Het zal je wellicht al zijn opgevallen: mijn twee favoriete ingrediënten zijn momenteel kikkererwten en miso. De kikkererwten gebruik ik in snelle eenpansgerechten, maar bovenal om hummus van te maken en de miso om soepen en hartige pannenkoeken een diepe umami dimensie te geven. Het combineren van de twee in een hummus mét miso was niet eerder bij met opgekomen todat ik hier enkele plaatjes van in het foodie paradise Instagram tegenkwam. Om van te watertanden zo lekker en om van te juichen, zo makkelijk.

Deze hummus met miso is binnen vijf minuten klaar, extreem hartig en zout, zacht van structuur en dipt verdacht makkelijk weg met grote stukken brood of knapperige groenten. De meneer thuis zei met volle mond: “zet maar op je blog dat ik het lekker vond. Zeg dat maar, ja.” Bij dezen.

Ingrediënten voor 1 kommetje hummus met miso

1 blik kikkererwten van 400 gram

1 teen knoflook, grof gesneden

1 eetlepel witte miso

1 theelepel sesamolie

2 eetlepels olijfolie

2/3 eetlepels water

sap van een halve citroen

zout en peper

optioneel: chilipoeder naar smaak

Brood/groente/crackers om erbij te serveren

To do:

Spoel de kikkererwten af en laat even uitlekken. Doe samen met de knoflook en miso in een kom of maatbeker. Giet er olijfolie, sesamolie, citroensap en water bij en pureer tot een zachte pasta met een blender. Breng de hummus met miso op smaak met zout en peper en eventueel wat extra citroensap. Pas de dikte van de hummus aan door wat olijfolie en/of water toe te voegen. Schep in een kom, bestrooi indien gewenst met wat chilipoeder en serveer met brood of groenten.

Hummus met miso
Hummus met miso. Lekker met knapperig gegrild brood.
Snelle kippennoedelsoep met paksoi

Snelle kippennoedelsoep met paksoi

Helaas staat bij mij mijn keukentijd de laatste tijd enkel in het teken van de bereiding van supersnelle gerechten terwijl ik ondertussen nog met iets anders bezig ben, of slechter nog: afhaalmaaltijden waar het vet vanaf druipt en je bloedvaten meteen van dichtslibben. Deze kippennoedelsoep met paksoi valt gelukkig in de eerste categorie en die heb je daadwerkelijk binnen een kwartier op tafel nadat je een werkdag achter de rug hebt, je huis aan het schilderen bent en ondertussen aan verschillende instanties doorgeeft dat je ergens niet meer woont. Want ja, ik was door mijn verhuizing (naar een huis waar ik feitelijk al jaren meubilair was- lang verhaal) op het romantische idee gekomen om zo vlakvoor mijn officiële intrek het hele huis ook nog even zelf te gaan schilderen, het plafond incluis- zie mij maar als een soort hond die snel zijn territorium wil afbakenen of zo.

Dat 100 vierkante meter witten in twee dagen wel erg voorbarig was en ik nogal van de koude kermis zou thuiskomen had je me op een briefje mee kunnen geven. Maar ik ben er. Het is af. Dit heeft me dus gezellige kokkereltijd gekost, evenals smerige pizza’s (die ik overigens wel meteen verslond). Het enige gerecht dat in deze roerige tijd foto- en blogwaardig was is dan ook deze kippennoedelsoep met paksoi. Ik zeg het je eerlijk: het is geen life-changing soep waar je je moeder meteen over moet opbellen, ook geen smaakbom die je nog dagen bij blijft. Maar deze kippennoedelsoep is wel dé soep om te maken wanneer je hongerig en uitgeput bent en wel iets gezonds en voedzaams wilt eten. Ben je binnenkort heel druk en heb je schilder- of andere verbouwingsklusjes op het program? Plan deze soep in, je zal me dankbaar zijn. Of huur een klusjesman in, dat kan natuurlijk ook.

Ingrediënten voor 2 personen

1 kipfilet, in dunne reepjes gesneden

1 grote paksoi, in grove stukken gesneden

900 milliliter kippenbouillon

een halve theelepel maizena

een halve theelepel baksoda

een kleine duim gember, in plakken en dan julliennne gesneden

100 gram eier- of rijstnoedels

50 gram shiitake paddenstoelen in reepjes gesneden

1 ei

zout en peper

optioneel: chilisaus

To do:

Bestrooi de reepjes kipfilet met baksoda, maizena en zout en peper. Zet apart.

Bereid de noedels, spoel af met koud water en zet apart.

Zet ondertussen een soeppan met wat plantaardige olie op het vuur en laat heet worden. Bak de kipfilet reepjes in een mintuut op middelhoogvuur goudbruin. Voeg de gember en shiitakes toe en schep om. Bak nog een minuut door en schenk de bouillon in de pan en breng aan de kook.

Kook ondertussen in een andere pan een ei.

Voeg de stukken paksoi toe en laat in 3-5 minuten iets slapper worden, maar zorg dat de groente nog steeds wat bite heeft. Proef de soep en breng op smaak met zout en peper. Voeg op het laatste moment de noedels toe, warm goed door en schep dan de kippennoedelsoep in kommen. Snijd het ei doormidden en leg in de soep. Serveer met chilisaus.

Dit recept is gebaseerd op één van de leuke recepten uit het boek van The Dumping Sisters. Lees mijn review hier.

Snelle kippennoedelsoep met paksoi
Snelle kippennoedelsoep met paksoi
Koreaanse aubergine salade

Koreaanse aubergine salade (gaji namul)

Na een lang weekend vol paaseieren en chocoladehazen is wat lichter lentevoedsel uit het Korean Food Lab ook wel even fijn. Deze simpele Koreaanse aubergine salade, gaji namul, is een licht maar smaakvol bijgerecht (banchan) om tijdens een Koreaans diner op tafel te zetten. In combinatie met andere kleine Aziatische gerechten doet de gaji namul het ook goed- dit heeft Julius Jaspers van (onder andere) het restaurant HappyHappyJoyJoy ook ontdekt waar deze banchan op de menukaart staat. De gaji namul maak je ook heel eenvoudig thuis, dus je hoeft er niet persé naar Jaspers’ restaurant voor af te reizen. De aubergines worden kort gestoomd en daarna gemengd in een eenvoudige saus op basis van knoflook, gochugaru (rode pepervlokken) en sojasaus. Easy- en je bepaalt zelf hoe spicy en garlicky de salade wordt.

Koreaanse aubergine salade: steam it!

Koreaanse aubergine salade
Koreaanse aubergine salade: gemaakt met ‘gewone’ aubergines uit je Hollandse supermarkt smaakt ie ook heerlijk hoor.

Eigenlijk hoor je de langwerpige paarse Koreaanse aubergines voor dit gerecht te gebruiken, maar de bekende bolle aubergines uit de supermarkt om de hoek doen het ook prima. Deze zijn iets steviger en wat minder zoet dan de Koreaanse aubergine, maar dat vind ik zelf geen enkel probleem. Het belangrijkste is dat je de aubergines lang genoeg stoomt zodat ze niet meer rauw zijn, maar let ook op dat je de groente op tijd uit het stoommandje vist omdat je anders met papperige aubergine op je bord eindigt: allebei erg onaangenaam. Dit voorkom je door a) bij je stoommand te blijven staan en de boel nauwlettend in de gaten te houden en b) de aubergines in even grote stukken te snijden.

‘Traditioneel’ gezien moeten de aubergines namelijk in grote stukken worden gestoomd en daarna in repen worden gescheurd. Omdat hierdoor de kans groot is dat je je vingers brandt tijdens het scheuren (als je net als ik ongeduldig bent en niet wacht totdat de stukken aubergine iets zijn afgekoeld) en het moeilijker in de schatten is wanneer de aubergine goed gaar is snijd ik de boel vóórdat het de stoommand in gaat al in bite-size stukjes. Dan kan er niets fout gaan. Niets. Nou ja, je kunt je bekkie branden omdat je hongerig een stukje aubergine direct uit de stoommand in je mond propt.

Je kunt deze Koreaanse aubergine salade als lichte lunch eten, maar ook samen serveren met o.a. de spinazie namulkomkommer sangchaeKorean Fried Chicken, bulgogi of bossam. Dat wordt gegarandeerd feest!

Ingrediënten voor 2-4 personen (als bijgerecht)

1 grote aubergine (ongeveer 300 gram)

Dressing:

1 bosui, in dunne ringetjes gesneden

1 teentje knoflook, geperst

1-2 theelepels sesamolie

halve theelepel suiker

1 theelepel rijstazijn

1 theelepel gochugaru

1 theelepel sesamzaad

1 eetlepel sojasaus

To do:

Zet de stoommand in een pan met een laagje kokend water. Snijd de aubergine in stukken van ongeveer 4 centimeter lang en 1,5 centimeter dik. Zorg ervoor dat alle stukken aubergine wel een stuk schil hebben.

Doe de stukjes aubergine in de stoommand en stoom gaar, maar niet zo lang dat ze heel slap en papperig worden. Dit duurt ongeveer 5 minuten, maar dit hangt ook van jouw smaak af. Blijf dus bij de stoommand staan.

Meng ondertussen alle overige ingrediënten voor de dressing. Haal de auberginestukjes uit de stoommand en doe in een grote kom. Laat iets afkoelen en giet de dressing erover. Meng goed door elkaar. Eet de Koreaanse aubergine salade lauwwarm.

Koreaanse aubergine salade
Koreaanse aubergine salade: gezond, pittig en lekker veel knoflook.

 

 

Indien je geen stoomfan bent of bang bent dat je de aubergine tot moes laat koken kun je de aubergine ook roerbakken. In dat geval heet deze Koreaanse aubergine salade dan officieel gaji bokkeum.

Tabouleh

Tabouleh met amandelen en granaatappelpitjes

Fris en voedzaam, zo zou ik tabouleh graag omschrijven. Tabouleh (ook wel taboulé) is een Libanese salade waar bulgur en peterselie de hoofdrol in spelen. Eerder heb ik een vergelijkbare salade op Sesu Chops gezet, namelijk de Turkse kısır, die ik mezelf en anderen regelmatig voorschotel.

Het vernaamste verschil tussen de tabouleh en kısır is de tomaten- en/of peperpasta die aan de Turkse bulgursalade wordt toegevoegd waardoor die lekker rood en spicy wordt. Daarnaast bevat tabouleh in verhouding veel meer peterselie dan bulgur in vergelijking tot de Turkse versie. Tabouleh is daarom (wat mij betreft) lichter en frisser, en eerder een peterseliesalade dan een bulgursalade. Hoe dan ook, beide salades vind ik fijn om als lunch te eten of als bijgerecht tijdens het avondeten. Het allergrootste voordeel aan tabouleh (en kısır) is wat mij betreft dat je de hoeveelheden makkelijk kunt opschalen en zo een enorme schaal met lekkers voor 30 man op tafel kan hebben staan. Feestvoedsel om te onthouden dus.

Tabouleh zal je waarschijnlijk niet snel vervelen omdat je eindeloos kunt varieren met de ingrediënten. Zo lang er maar peterselie, munt, bulgur, (bos)ui en tomaat doorheen zit, zit je goed. Voeg vervolgens naar hartenlust ingrediënten toe waar je zin in hebt. Zie hier bijvoorbeeld een fijne tabouleh met amandelen en granaatappelpitjes voor wat extra crunch en een zoet-zure touch. Tip: serveer de tabouleh met kip en wat brood dat je in een bak vol hummus dipt voor het complete plaatje. Enne, maak een grote batch, want restjes tabouleh kun je prima in de koelkast bewaren en de volgende dag achter je bureau naar binnen schuiven. Hatsa!

Ingrediënten voor 4 personen (ben je niet van plan er wat bij te eten, dan is dit recept goed voor 2 personen):

100 gram fijne bulgur

3 grote, rijpe tomaten

4-6 bosuitjes

¼ theelepel kaneel

¼ theelepel gemberpoeder

¼ theelepel gemalen korianderzaad

150 gram platte peterselie

30 gram muntblaadjes

6-8 eetlepels olijfolie

sap van halve citroen (naar smaak meer)

2 eetlepels granaatappelmelasse (optioneel, je kunt ook meer citroensap gebruiken)

50 gram blanke amandelen

2 eetlepels granaatappelpitjes

zout en peper

To do:

Doe de bulgur in een kom. Giet er kokend water overheen totdat het net onder staat. Dek af met een bord of deksel en laat 20 minuten staan.

Rooster de amandelen in een droge pan lichtbruin. Laat afkoelen en hal grof door.

Snijd de tomaten in kleine stukjes en verwijder de zaadlijsten. Daarna snijd je de bosuitjes in dunne ringen. Was vervolgens de peterselie en munt en dep droog. Hak fijn. Doe alles in een grote kom. Voeg de specerijen toe. Roer de bulgur los met een vork en schep in de kom moet tomaten, bosui en kruiden. Schep goed om en voeg citroensap en olijfolie toe. Indien je granaatappelmelasse gebruikt, voeg het dan toe (anders gebruik je wat meer citroensap). Breng op smaak met zout en peper. Schep op het laatste moment de amandelen en granaatappelpitjes door de tabouleh.

Tabouleh
Tabouleh met amandelen en granaatappelpitjes: een crowd pleaser!

 

 

Pad Thai met garnalen (gebakken noedels)

Pad Thai met garnalen (gebakken noedels)

Pad Thai is waarschijnlijk één van de beroemdste Thaise gerechten die er bestaan- of in ieder geval in het westen- en is dan ook op zo ongeveer elke menukaart van Thaise restaurants en afhaalcentra te vinden. Hoe gek ik ook op de Thaise keuken ben en bijna wekelijks een Thai style curry of salade maak en echt verslaafd ben aan Thaise viskoekjes, had ik me tot voor kort nog nooit aan Pad Thai gewaagd. Dit komt enerzijds omdat ik tot een paar jaar geleden dacht dat ik niet van gebakken noedels hield (ja, ik weet dat dat gek is) en omdat ik in Thaise restaurants veelal dezelfde gerechten bestel zodat ik dan verzekerd ben van een goddelijk maal. Met andere woorden: “wat een boer niet kent dat eet hij niet” is zo nu en dan ook op mij van toepassing. Ja, ik kom er open en eerlijk voor uit (ik heb bijvoorbeeld ook nog nooit beef Wellington gegeten, dat lijkt me nou niks, zo’n homp vlees in deeg). Hoe dan ook, de tijd dat ik onbekend was met Pad Thai is nu eindelijk verleden tijd.

Pad Thai gebaseerd op het recept van Saiphin Moore

Zoals je eerder hebt kunnen lezen ben ik erg blij met het boek Rosa’s Thai Café. Hoewel ik het boek vooral prees om Saiphin Moore’s moderne twists en creativiteit was het eerste gerecht dat ik uit haar boek maakte toch die goede ouwe Pad Thai. Het gerecht was smakelijk gefotografeerd en bovendien was Moore’s versie met garnalen en daar ben ik sowieso dol op. Ik heb het gerecht twee keer gemaakt: één keer volgde ik het exacte recept, de andere keer heb ik verse chilipeper, wat meer vissaus en knoflook toegevoegd. De Pad Thai uit Rosa’s Thai Café is namelijk lekker, maar naar mijn smaak toch een beetje vlak. Knoflook en chili maakten de boel meer dan goed!

Pad Thai met garnalen (gebakken noedels)
Pad Thai met garnalen (gebakken noedels)

Het ingrediënt dat Pad Thai tot Pad Thai maakt is (behalve de noedels) het zurig smakende vruchtvlees van de peulvrucht van de tamarindeboom dat er doorheen gaat. Je kunt tamarindepulp- of pasta gebruiken. Je maakt hier een saus van, samen met wat sojasaus en knoflook die je over de gebakken noedels en groenten giet: bijzonder lekker. Velen van jullie zullen Pad Thai eerder hebben gegeten of gemaakt, maar ik hoop dat deze blogpost dan een fijne reminder is om dit eenvoudige maar smaakvolle gerecht weer eens op tafel zetten. Voor de lezers die nog nooit Pad Thai hebben bereid: maak het nu, het staat binnen een poep en een scheet op tafel en je hebt nog sneller schoongelikte borden.

Ingrediënten voor 3-4 personen

300 gram glasnoedels, 20 minuten geweekt in warm water en uitgelekt

12-16 (reuze)garnalen

4 eieren, losgeklopt

2 eetlepels gedroogde koolraap (te koop bij de Aziatische supermarkt)

2 handen taugé

2 tenen knoflook, fijngehakt

een halve theelepel chilipoeder

1 rode chilipeper, fijngehakt (met of zonder zaadlijsten)

3 bosuitjes, fijngehakt

4-5 eetlepels geroosterde pinda’s, grof gehakt

1 limoen in partjes, voor erbij

olie om in te bakken

evt Thaise vissaus om op smaak te brengen

Voor de Pad Thai-saus:

3 eetlepels tamarindepulp (te koop bij Aziatische supermarkt) (of 3-4 eetlepels tamarindepasta)

3 eetlepels plantaardige olie

3 sjalotten, gesnipperd

1 teen knoflook, fijngehakt

2 eetlepels palmsuiker

1-2 eetlepels Thaise vissaus

To do:

Begin met de Pad Thai-saus. Laat de tamarindepulp in ongeveer 6 eetlepels heet water weken. Roer door. Zet een pan op het vuur met wat olie en roerbak de sjalotten totdat ze goudbruin zijn. Voeg de knoflook toe en bak kort mee, maar laat niet verbranden. Vervolgens schenk je de de tamarindepulp (of pasta) in de pan die je iets laat inkoken. Voeg de palmsuiker toe en roer goed door. Voeg daarna de vissaus toe en laat een minuut ietwat inkoken. Draai het vuur uit en zet de saus apart.

Zet een wok met een flinke scheut olie op hoog vuur en laat heet worden. Voeg de chili, knoflook en eieren toe en doe de noedels erbij. Roer totdat de eieren bijna gestold zijn. Voeg de garnalen en gedroogde koolraap toe. Zodra de garnalen gaar zijn voeg je de Pad Thai-saus toe die je nog mee roerbakt totdat de noedels mooi bruin zijn gekleurd. Schep de taugé, pinda’s en bosuitjes door de noedels en bak een minuut door. Breng op smaak met extra vissaus. Schep op borden en serveer met partjes limoen.

Pad Thai met garnalen (gebakken noedels)
Pad Thai met garnalen (gebakken noedels). Vergeet niet flink wat limoensap er doorheen te doen!

 

 

veggie spring rolls

Veggie spring rolls

Deze veggie spring rolls vormen eigenlijk een salade uit het vuistje. Het rijstpapier is gevuld met knapperige groenten, romige avocado en zoete mango: de ideale lunch to go of gezonde snack (ja, ik snack ook weleens gezond). Ik ben een groot fan van de ‘orginele’ Vietnamese spring rolls (gỏi cuốn) gevuld met verse kruiden, groenten, garnalen of varkensvlees en vermicelli, maar aangezien het internet al tjokvol staat met recepten voor deze lekkernij dacht ik dat het wel zo aardig was om een vega en vermicelli-loze versie op Sesu Chops te plaatsten.

Het enige probleem dat ik met deze lekkere spring rolls heb, is dat ze waarschijnlijk summer rolls moeten heten- ik ben er nog niet helemaal uit. Verschillende zelfbenoemde experts stellen namelijk dat spring rolls loempia’s zijn die gefrituurd worden (gewikkeld in een deegvelltje op basis van ei) en dat summer rolls verse loempia’s zijn waarbij groenten, vlees en kruiden in rijstpapier worden gewikkeld en niet worden gefrituurd. In dat geval zouden mijn spring rolls dus summer rolls moeten heten. De reden om toch voor spring rolls te kiezen is enerzijds omdat ik tegenstrijdige geluiden over de juiste benaming hoor, maar vooral een praktische: deze verse loempia’s worden simpelweg vooral fresh spring rolls genoemd op het wereldwijde web, dus dat is google-wise handiger voor mij. Indien je met sluitende bewijzen op de proppen kunt komen die aantonen dat deze loempia’s toch echt summer rolls zijn, mail me maar. In dat geval zal ik de boel heroverwegen. En dan nog rest de vraag: in hoeverre wil/kan/moet je je aan de heersende (ranking) algoritmes van Google conformeren (die jouw vindbaarheid bepalen), zelfs als dit te koste gaat van goede informatie en correct taalgebruik?

Food for thought, dat goed combineert met deze veggie spring rolls (of summer rolls dus- pff). Vergeet tijdens al dat denken de spring rolls niet in de pinda-dipsaus te dippen. Want dat zou jammer zijn.

veggie spring rolls
veggie spring rolls

Ingrediënten voor 8 spring rolls (16 stukjes)

8 vellen rijstpapier (doorsnee van 22 cm)

100 gram wortel, julienne gesneden

100 gram komkommer, julienne gesneden

een flinke hand taugé

1 avocado, in repen gesneden

1 halve mango, in repen of blokjes

3 eetlepels koriander, fijngehakt

3 eetlepels munt, fijngehakt

Pinda-dipsaus:

3 eetlepels canola- of kokosolie

2 eetlepels pindakaas

2 eetlepels sojasaus

2 teentjes knoflook, uitgeperst

halve theelepel chilivlokken (weglaten als je niet van pittig houdt)

1-2 eetlepels heet water

sap van een halve limoen

To do:

Bereid de dipsaus door alle ingredienten door elkaar te mengen. De juiste dikte bereik je door heet water naar wens toe te voegen. De dipsaus moet vrij voeibaar zijn, anders dipt het straks niet lekker (ja, de dipsaus op de foto is aan de dikke kant- hij dikte weer in tijdens de fotoshoot).

Wanneer je alle groenten, kruiden en fruit hebt gesneden is het tijd om de spring rolls in elkaar te draaien. Vul een grote kom met handwarm water. Dip een vel rijspapier heel kort onder en laat even uitlekken. Leg op een schone snijplank. Leg de vulling in het midden, ietwat neigend naar de onderkant. Vouw dan de onderkant van het vel rijstpapier over de vulling heen. Vouw de zijkanten voorzichtig naar binnen en rol helemaal op. Snijd doormidden en leg op een bord. Herhaal met de andere rijstvellen.

Roer de dipsaus door en serveer bij de spring rolls.

Het vouwen vergt een beetje geduld en oefening, want het rijstpapier scheurt snel. Werk dus rustig en met beleid. Stapel de springrolls niet op elkaar als je ze daarna nog wilt rangschikken: ze plakken namelijk nogal. Laat deze opmerkingen je vooral niet ervan weerhouden om deze spring rolls te maken- als ik het kan, dan kun jij het ook zeker.

veggie spring rolls
veggie spring rolls
Ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero

Hipster-alarm: ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero

Enige tijd geleden heb ik mezelf plechtig beloofd om nooit quinoa, hét hipsterzaad sinds een paar jaar, in mijn keukenkastje te bewaren en er mee te kokkerellen. En bloggen over een ontbijtpannetje met quinoa lag al helemaal niet in de planning. Dit omdat ik om diverse sociaal politieke redenen geen quinoa-fan ben, in tegenstelling tot veel healthy fitgirls en flextariers die op de meest bizarre manieren quinoa door hun ontbijtjes, shakes, lunches en diners donderen. Omdat Sesu Chops een feel good blog is en ik de feel good lezer dan ook niet wens lastig te vallen met (al dan niet terecht) geklaag over toenemende honger onder Peruvianen en Bolivianen die hun eigen quinoa niet meer kunnen betalen als gevolg van gigantische prijsstijgingen door de grote vraag vanuit het Westen en tegelijkertijd het economische drama dat men daar te wachten staat wanneer het ‘wondergraan uit de Andes’ op grote schaal in het Westen verbouwd wordt of wanneer de quioa-hype simpelweg wegebt. Nee, daar hou ik verder mijn mond over en mijn gedachten hierover zal ik voor een andere (nog te starten) blog bewaren.

Waarom dan hier toch een recept voor een fleurig ontbijtpannetje met quinoa? Het antwoord is simpel: ik heb dan wel een grote bek over quinoa, maar absoluut geen ruggengraat. Zie mij als een ‘vegetariër’ die vlees wel heel lekker vindt en het dan ook niet afslaat wanneer het onverhoopt voor haar neus staat. Het toeval wilde dat iemand een half zakje met ‘graan’ uit de Andes (ook nog eens biologisch, poehpoeh) in mijn stellingkast had achtergelaten. En dan kun je twee dingen doen: de boel weggooien (en me schuldig maken aan food waste) of een waar hipsterontbijt bereiden en dat heel flashy op instagram zetten met de hashtag #cleaneating. Ik koos voor dat laatste en, toegegeven, ik heb er meer dan van genoten, van zowel de maaltijd zelf als van de vele vragen die ik over deze simpele maaltijd kreeg (waarom mag Joos weten). Vandaar dat ik hier het recept uit de doeken doe zodat iedereen zichzelf op zo’n ontbijt kan trakteren- mét of zonder quinoa: je kunt de zaadjes ook vervangen door boekweit of bulgur.

Om het hipstergehalte van dit ontbijtpannetje met quinoa nog extra te verhogen zit er ook nog eens cavolo nero in- hoezee! Deze palmkool kun je overigens rustig vervangen door ‘gewone’ boerenkool of spinazie. Overweeg ook pimpmogelijkheden voor een echt feestontbijt, zoals het toevoegen van stukjes feta en/of wat nootjes.

Ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero
Ingrediënten voor het ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero

Ingrediënten voor 1 ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero voor 1 persoon:

100 gram grof gesneden cavolo nero

1 kleine ui, fijngesnipperd

75 gram quinoa

300 milliliter groentebouillon

halve theelepel chilipoeder (weglaten indien je niet van pittig houdt)

1 ei

zout en peper

olijfolie

To do:

Kook de quinoa gaar in de groentebouillon. Giet af en laat goed uitlekken.

Zet een kleine koekenpan op het vuur en voeg een scheut olijfolie toe. Doe de ui, chilipoeder en cavolo nero met wat zout en peper in de pan en roerbak 5 minuten op middelhoog vuur. Voeg de quinoa toe en schep goed door de cavolo nero. Bak een minuut door en maak dan in het midden een kuiltje vrij voor het ei. Breek het ei in het kuiltje en laat 3-6 minuten met het deksel op de pan bakken- afhankelijk van hoe zacht/hard je de eierdooier wilt hebben.

Wanneer het ei naar wens is schep je de inhoud van je ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero op een bord. Eet op en je hebt de komende paar uur geen last van een knorrende maag.

Ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero
Ontbijtpannetje met quinoa en cavolo nero- maar het kan ook prima met boerenkool en boekweit of bulgur gemaakt worden

Turkse yoghurtsoep (yayla çorbası)

Meneer de vriend was ziek en lag als een slappe lappenpop in bed, met zijn laptop op schoot en een strip ibuprofen en een kop thee binnen handbereik. Daar lag ie dan de hele dag te balen en ik verpleegde hem zo nu en dan. Maar dan wel op de Sesu-manier en dus door zieke-mensen-eten te bereiden. In dit geval Turkse yoghurtsoep, yayla çorbası, die naast een goede smaak ook een geneeskrachtige werking schijnt te hebben- met nadruk op “schijnt”. Want ik zeg het maar meteen: hier knapte de zieke vriend niet van op.

Eerst even wat meer over het gerecht: yayla çorbası staat in Turkije bekend als een fijne comfort soep om de winter mee te door te komen, maar dus ook als dé soep om zieken weer op de been te helpen. De combinatie van munt, yoghurt en krachtige kippenbouillon doet wonderen, en daarnaast zorgt de rijst in de soep ervoor dat het echt krachtvoer wordt. Het schijnt zelfs dat deze yoghurtsoep ook op veel menukaarten in Turkse ziekenhuizen is te vinden. Het leek me dus een puik plan om de vriend met zo’n supersoep snel weer beter te laten voelen zodat ik ‘m weer blakend van gezondheid naar zijn werk kon zien fietsen. Toegegeven, ik zette deze Turkse yoghurtsoep ook op tafel omdat ik ‘m zelf zo lekker vind in de winter: hij is zo fijn zacht, romig en lichtzuur! Ik vind het als yoghurtliefhebber bijzonder dat yoghurt ook echt de hoofdrol in deze soep speelt. Meestal wordt het op het laatste moment nog toegevoegd aan soepen, bij linzensoep bijvoorbeeld, maar het vormt nooit de basis.

Daar stond ik dan in een grote pan te roeren met genoeg Turkse yoghurtsoep voor een heel gezin. Het huis rook heerlijk naar kippenbouillon en munt. Nadat ik twee dampende koppen op tafel te had gezet probeerde de zieke meneer een voorzichtig lepeltje van mijn helende Turkse yoghurtsoep op te slurpen. Hij trok een vies gezicht, legde de lepel neer, zei “bah” en kroop snel terug in bed.

Tja, dat kan dus ook gebeuren. De vriend vindt warme yoghurt en rijst een verschrikkelijk onprettige combinatie, terwijl ik dat juist geniaal vind. Smaken verschillen dus, olé! Probeer deze Turkse yoghurtsoep eens zelf te maken en decide for yourself. De soep bevat weinig ingrediënten en kost vrijwel niets, dus het enige wat je kan overkomen is dat je de soep moet laten staan wanneer je ‘m niet lust. De vriend is overigens na dit mislukte oppep-diner nog 3 dagen ziek geweest. Dat komt natuurlijk omdat hij zijn bord (soepkom) niet had leeggegeten-ha.

Ingrediënten voor 4 personen

350 milliliter Turkse yoghurt

1 eierdooier

2 eetlepels bloem

80 gram rijst

200 milliliter water

750 milliliter kippenbouillon

2 eetlepels boter

1 eetlepel verse muntblaadjes

optioneel: pul biber of andere rode chilivlokken

To do:

Doe het water, de kippenbouillon en de rijst in een grote pan en breng aan de kook. Meng ondertussen in een andere kom de yoghurt, bloem en eierdooier goed door elkaar.

Wanneer de rijst zacht is voeg je ongeveer drie eetlepels bouillon aan het yoghurtmengsel toe. Roer goed door. Draai het vuur onder de pan met rijst laag en schenk al roerende het yoghurtmengsel door de rijst en bouillon. Breng al roerend tot net onder het kookpunt. Wanneer de soep wat dikker is, is hij klaar om te serveren. Vind je de soep te dik, voeg dan wat water toe. Breng op smaak met zout en peper, doe het deksel op de pan en zet apart.

Smelt de boter in een steelpannetje. Hak ondertussen de verse muntblaadjes en roer door de gesmolten boter. Schep de soep in kommen en verdeel de gesmolten muntboter er overheen. Bestrooi eventueel met wat pul biber. Eet smakelijk (of, eh… mischien ook niet).

Turkse yoghurtsoep
Turkse yoghurtsoep: yayla çorbası. Lust jij ‘m?

 

Bloedsinaasappel salade

Bloedsinaasappel salade met geklopte feta en earl grey dressing

Hoewel ik hieronder een recept voor een spetterende bloedsinaasappel salade deel, wil ik je eerst vertellen over mijn vreemde verhouding met de sinaasappel. In partjes vind ik dit fruit niet te versmaden, maar voor verse jus d’ orange hoef, nee mág, je me nooit wakker maken.

Je denkt vast dat ik een aansteller, een aandachtstrekker of een zwaar overdrijvende muts ben als ik je vertel dat ik een hekel heb aan sinaasappelsap met vruchtvlees. Het gaat hierbij niet om de smaak van sinasappel, maar om het onprettige mondgevoel waar al dat zwevend vruchtvlees voor zorgt: alsof je duizend kikkervisjes naar binnen moet klokken. Bah. Ik injecteer mezelf nog liever met heroïne dan dat ik een glas sap met gele stukjes ranzigheid moet opdrinken. Jus d’orange aangelengd met karnemelk of gemengd met gepureerde banaan trek ik nog net- dan merkt je wat minder van het vruchtvlees- maar zo’n karnejus is wel nét op het randje.

Dat ik niet overdrijf wat betreft mijn sinaasappelsap-met-vruchtvlees-aversie kan mijn vader beamen. Al van kinds af aan staat het sap met vruchtvlees op de zwarte lijst. Ik trok het gewoon echt niet om op te drinken- voor de rest was ik een bijzonder makkelijke eter, dus dit was een serieuze zaak. Aangezien mijn vader elke ochtend vers sap perste- ja, voor velen klinkt dit als hemel op aarde- en ik verplicht was deze vitamine c-bom achterover te slaan was dit natuurlijk vrij problematisch. In plaats van het afschaffen van het verplichte sapje, of me te dwingen het op te dringen (maar ja, dat laatste zou echt kindermishandeling zijn geweest), schafte mijn vader, de beste man die hij is, een klein zeefje aan. Dat zeefje paste precies op mijn glas, waar hij het sap van de verse sinaasappels dag in dag uit doorheen gooide om me van vruchtvleesloze jus d’orange te voorzien. De held. Ik heb hem hier geloof ik nog nooit voor bedankt, maar hij leest dit vast: bedankt papa. Wat gaaf dat je dit totdat ik het huis uitging hebt gedaan en me bespaard hebt van een jeugdtrauma. Ook bewonder ik je behendigheid om met een theelepel het laatste beetje sap uit het vruchtvlees door het zeefje te drukken. Chapeau.

Bloedsinaasappel salade
Bloedsinaasappel salade

Nu ik met een andere meneer woon die er niet over piekert om zijn bed uit te komen om sinaasappels uit te persen, laat staan de boel daarna boven een glas te zeven, is het afgelopen met de verse sapjes ’s ochtends. Om een vitamine c-tekort te voorkomen eet ik sinaasappels en mandarijnen zo nu en dan los, maar ik maak er ook salades mee. Denk aan sinaasappel met taugé of samen met venkel en biet.

Toen ik laatst een stel bloedsinaasappels tegen het lijf liep vond ik het hoog tijd worden een spannende bloedsinaasappel salade op Sesu Chops te delen. Het gerecht hieronder is feestelijk door alle mooie kleuren van het fruit, maar vooral ook omdat je smaakpapillen in één hap allerlei informatie te verwerken krijgen. Deze bloedsinaasappel salade is zoet-zuur door de bloedsinaasappels, navelsinaasappels en grapefruit, maar heeft ook een fijn ziltig en element door de toefjes geklopte feta die in je mond smelten. De crunch krijg je door de geroosterde hazelnoten, de frisheid door de munt en een scherp zweempje door de rode ui. De dressing van deze bloedsinaasappel salade verdient al helemaal een vermelding: deze earl grey dressing is licht, maar de thee geeft de dressing zowel een ietwat aardse, licht rokerige smaak als een kruidig citrusaroma: ideaal dus voor deze bloedsinaasappel salade, maar ook goed om te onthouden om over gegrilde groene asperges te gieten of bij vis te serveren.

Ingrediënten voor 1 bloedsinaasappel salade voor 4 personen

3 bloedsinaasappels

2 (navel)sinaasappels

1 grapefruit

een handje muntblaadjes

75 gram hazelnoten

1 kleine rode ui, in zeer dunne ringen gesneden

geklopte feta:

125 gram feta

50 gram roomkaas

1 eetlepel olijfolie

1 eetlepel citroensap

Zout en peper

Earl grey dressing

50 milliliter sterke earl grey thee

2 eetlepels witte wijnazijn

1 theelepel Franse mosterd

1 theelepel honing

2 eetlepels milde olijfolie

Zout en peper

Evt: spuitzak om de geklopte feta op de borden te kunnen spuiten

To do:

Maak eerst de dressing zodat alle smaken goed in kunnen trekken. Meng hiervoor alle ingrediënten door elkaar en zet apart tot gebruik.

Maak de geklopte feta door alle ingredienten in een keukenmachine te stoppen en tot een gladde spread te draaien. Breng op smaak met zout en peper. Schep in een spuitzak en leg weg tot gebruik.

Zet een kleine koekenpan op het vuur. Rooster de hazelnoten, laat iets afkoelen en hak grof door.

Snijd de boven- en onderkant van de sinaasappels en grapefruit. Schil met een scherp mes en snijd de sinaasappels dan horizontaal door in dunne plakken (zie foto). Verdeel de plakjes sinaasappel en uienringen over een grote schaal of vier borden. Spuit of schep hoopjes feta tussen en op de sinaasappelschijven. Schenk de dressing over het fruit en bestrooi met de geroosterde hazelnoten. Scheur de muntblaadjes en strooi over de salade. Meteen opeten!

Bloedsinaasappel salade
Bloedsinaasappel salade met geklopte feta, hazelnoten en earl grey dressing